PDFPrintE-mailadres
 

Naaldbosmosklokje

Gallerina sideroides
 
 
 
 

Oranjekleurig, wat glanzend, uitgespreid, aan de rand gestreept hoedje (Ø 20-40 mm), met kleine umbo. Hygrofaan.
Lamellen eerst crèmekleurig, later vleeskleurig tot okerbruin, buikig, bochtig aangehecht met aflopend tandje. Sporen okerbruin.
Steel overlangs wit vezelig, bovenaan bleek vleeskleurig tot donkeroranjebruin onderaan.
Vlees dun, geur onopvallend
Groeit in naaldbossen, vooral bij sparren (september - november). Vrij algemeen.
Fam.: Strophariaceae.


 

Niet gevonden wat u zocht?

Opnieuw determineren