Klein lichtbruin tot bleekokergeel, gebold tot uitgespreid hoedje (Ø 10 -15 mm), met fluwelig, fijnvezelig oppervlak.
Lamellen vrij ver uiteen, breed aangehecht tot aflopend, bleekbeige tot okergeel. Sporen geelbruin.
Steel grijswit, met lengtevezels. Geur onopvallend.
Groeit op kalkhoudende bodem, bij meidoorn (mei - september). Vrij algemeen.
Fam.: Inocybaceae
Niet eetbaar |
Breedte (cm): 1-1,5 |
Hoogte (cm): 2-3 |